Begroting 2017 - 2020
PCPortal

Grondslagen en uitgangspunten

In deze paragraaf beschrijven we de spelregels, uitgangspunten en grondslagen die we bij de opstelling van deze begroting hebben gehanteerd. We beginnen met een korte opsomming van de spelregels die zijn opgenomen in het Coalitieakkoord. Daarna beschrijven we de uitgangspunten die wij standaard hanteren bij het maken en het uitvoeren van de begroting. Als laatste vermelden we de grondslagen. Hierover heeft uw Raad besloten met de Zomernota 2016.

Spelregels

In het Coalitieakkoord zijn een aantal spelregels opgenomen die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder verkort opgenomen.

  • Structureel sluitende begroting

De meerjarenbegroting moet structureel sluitend zijn. Het laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Tekorten in voorliggende jaren worden slechts bij hoge uitzondering gedekt uit reserves of lastenverzwaringen.

  • behoedzame en reële ramingen

Bij het begroten gaan we uit van behoedzame en reële ramingen. De raming van het Gemeentefonds voor een begrotingsjaar baseren wij op de Meicirculaire van het voorafgaande jaar.

  • Indexering

We hanteren het uitgangspunt dat de prijspeilaanpassing budgettair neutraal verloopt. De lastenuitzetting wordt “betaald” uit de prijspeilaanpassing van het gemeentefonds en het verhogen van gemeentelijke tarieven.

  • Structurele uitgaven worden structureel gedekt

Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan. Uit de post ‘Onvoorzien’ worden géén structurele uitgaven gedaan.

  • Tegenvallers binnen programma's opvangen

Tegenvallers door hogere lasten of lagere baten dienen door verlaging van lasten binnen programma’s te worden opgevangen. De inzet van hogere baten wordt integraal afgewogen binnen het college. Het college doet over de inzet daarvan voorstellen aan de raad. Als principe hanteren we dat leges kostendekkend moeten zijn.

  • Integrale afweging

De raad weegt wensen voor nieuw beleid tegen elkaar en tegen de beschikbare financiële beleidsruimte af bij de Stadsbegroting in het najaar. De Perspectiefnota in het voorjaar biedt inzicht in de ontwikkeling van de financiële beleidsruimte en in de wensen voor nieuw beleid. Besluitvorming en inpassing in de begroting vindt plaats bij de begrotingsbehandeling in het najaar.

  • Oud voor nieuw

In geval het college of de raad een voorstel doet om extra geld uit te geven op een ander moment dan bij de integrale afweging, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking, moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd.

  • Investeringen

Uitgangspunt voor het investeringsvolume is een constant kapitaallastenniveau in de exploitatie (programma’s) en de jaarlijkse toevoegingen uit de areaalontwikkeling.Vrijval in investeringen wordt niet in de exploitatiesfeer ingezet. Als een investering niet in het geplande jaar wordt gerealiseerd, worden sinds 2012 de vrijvallende kapitaallasten toegevoegd aan de saldireserve totdat deze het gewenste niveau van weerstandsvermogen heeft bereikt. Nadat dit niveau is bereikt, worden de vrijvallende kapitaallasten gestort in de Reserve Strategische Investeringen.

  • Reservepositie en weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is bedoeld voor:

  1. het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen
  2. het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers, waardoor we tijd creëren om een zorgvuldige afweging te kunnen maken hoe we de structurele doorwerking een plek kunnen geven.

Geredeneerd vanuit deze zienswijze zien wij alleen de saldireserve als weerstandsvermogen.
Spelregels rondom risicobeheersing en weerstandsvermogen zijn opgenomen in de kadernota Risicomanagement, Weerstandsvermogen en Financiële kengetallen van mei 2016.

  • Wijzigingen binnen financiële kaders

Bestemming van niet voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar worden expliciet ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Gezien de financiële risico’s die we lopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen, willen we behoedzaam om blijven gaan met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven wij ons inspannen om ons bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag.

Kapitaallasten

De kapitaallasten van de vaste activa berekenen we op basis van de boekwaarde en de restant looptijd die eind 2016 in de jaarrekening stonden. Het rentepercentage dat we hierbij gebruiken is 2,5%. De rente berekenen we over de gemiddelde boekwaarde per jaar. Voor de kapitaallasten over het onderhanden werk, de restantkredieten, en de nieuwe investeringen uit het investeringsprogramma rekenen we eveneens 2,5% rente. De afschrijving geschiedt maandelijks op basis van de “richtlijn waardering en afschrijving activa” van november 2004, die wij in de aanloop naar de vorige begroting gewijzigd hebben vastgesteld. Activa die dateren van vóór de richtlijn behouden de afschrijvingstermijn die bij het activeren is bepaald. Overwegend wordt lineair afgeschreven. Alleen als uw Raad anders besluit, wijken we hiervan af. Voor de bepaling van de afschrijvingslasten van de onderhanden en geplande investeringen gaan we er van uit dat alle nog niet gerealiseerde investeringen uit voorgaande jaren in 2017 gerealiseerd worden.

Reserves

Verrekeningen met reserves zijn op programmaniveau in de begroting geraamd. In het overzicht saldo voor en na bestemming wordt duidelijk in welke mate de voorgenomen verrekeningen met reserves het saldo beïnvloeden.
De prognose van de stand van de reserves is gebaseerd op de stand die is bepaald in de jaarrekening 2015 rekening houdend met de toevoegingen en onttrekkingen in de begroting 2016 en de meerjarenbegroting 2017-2020.
Over reserves die voor de financieringsfunctie beschikbaar zijn als financieringsmiddel wordt 2,5% rente berekend. Deze rente voegen we volledig toe aan de saldireserve, tenzij uw Raad daarover anders heeft beslist. Er wordt geen rente als dekking in de begroting opgenomen.
In de begroting gaan we naast de saldireserve uit van een constant niveau van € 40 miljoen aan reserves, voorzieningen en andere middelen die we kunnen gebruiken voor de financieringsfunctie.

Voorzieningen

Voorzieningen die gewaardeerd zijn tegen contante waarde worden jaarlijks met de vooraf vastgestelde rente op niveau gebracht. Over voorzieningen die voor de financieringsfunctie beschikbaar zijn als financieringsmiddel berekenen we 2,5% rente.

Indexering

Op grond van de cijfers uit het Centraal Economische plan van het Centraal Planbureau (CPB) van 21 maart 2016 komen wij tot de volgende indexeringspercentages:

Indexeringspercentages

loonsom

materiële lasten

Inflatie (CPI)

Gemeentelijke tarieven

T.b.v. subsidies

Verwachting 2017

2,20%

1,90%

1,10%

Nacalculatie 2016

-0,10%

-0,60%

-0,60%

Indexeringspercentage 2017

2,10%

1,30%

0,50%

1,83%

1,83%

Areaalontwikkeling woningen, inwoners en WOZ waarde niet-woningen

In deze Stadsbegroting zijn we voor de gemeentefondsraming en de belastinginkomsten mede uitgegaan van onderstaande aantallen. Deze aantallen zijn overgenomen uit de Zomernota.

Aantal woningen per 1-1

2016

2017

2018

2019

2020

Woningen per 1-1

79.693

80.943

82.243

83.343

84.243

Woningtoename

Bestaande stad

450

500

200

200

200

Waalfront

350

350

300

100

100

Waalsprong

450

450

600

600

600

Totaal

80.943

82.243

83.343

84.243

85.143

Totale woningbouwtoename (productie min sloop)

1.250

1.300

1.100

900

900

Verschil t.o.v. Stadsbegroting '16 (cumulatief)

0

100

200

300

1.200

Ten opzichte van vorig jaar verwachten we een hogere woningbouwproductie. Dit heeft een positief  invloed op de hoogte van het gemeentefonds en de OZB-opbrengsten. In de regel "verschil t.o.v. Stadsbegroting '16 (cumulatief)" is het verschil opgenomen tussen de vorige Stadsbegroting en de huidige inzichten. Deze reeks zorgt voor extra financiële ruimte in het gemeentefonds en OZB-opbrengsten.

2016

2017

2018

2019

2020

Aantal inwoners per 1-1

173.250

174.600

175.600

176.700

177.800

Toename t.o.v. vorig jaar

1.350

1.000

1.100

1.100

De reeks van het aantal inwoners is gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere beginstand.

Voor de opbrengstontwikkeling van de OZB niet-woningen gaan we uit van een areaal uitbreiding van € 100 miljoen WOZ-Waarde per jaar.

Rente

De rente uitgangspunten zijn opgenomen in de paragraaf Financiering.