Begroting 2017 - 2020
PCPortal

Vernieuwing BBV

In 2014 heeft de VNG een adviescommissie ingesteld die onder leiding van Staf Depla onderzocht op welke manieren de begroting en jaarstukken toegankelijker kunnen worden voor niet financieel specialisten. In het eindrapport van deze commissie is een aantal aanbevelingen gedaan die in 2015 en 2016 verder zijn uitgewerkt en inmiddels in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) een plek hebben gekregen. Hieronder wordt kort ingegaan op de veranderingen die betekenis hebben voor deze begroting en hoe wij daar mee zijn omgaan.

Als eerste wordt ingegaan op een tweetal wijzigingen die een financiële betekenis hebben, daarna wordt ingegaan op een aantal wijzigingen die geen financiële consequenties hebben.

Maatschappelijke nut materiële vaste activa (investeringen)
Voor de “onderhoudsinvesteringen” in maatschappelijke nut investeringen hebben we in 2010 afgesproken deze niet meer als investering maar als onderhoud te zien. Destijds is voor € 58 miljoen aan dergelijke investeringen afgeboekt en zijn er onderhoudsbudgetten bij de programma’s opgenomen.
Hiermee hebben we een eenvoudig en houdbaar systeem gecreëerd dat in de lopende begroting voldoende ruimte biedt om de bestaande openbare ruimte in Nijmegen op peil te houden.
In het licht van het nieuwe BBV is de manier waarop we het levensduur verlengend onderhoud financieel hebben geregeld niet meer correct. Vanaf deze begroting zullen we dit type onderhoud moeten gaan activeren en over de gebruiksduur afschrijven.

Dit houdt in dat er in de eerste jaren ruimte ontstaat in de programmabegroting, omdat we nu onderhoudsbudgetten weghalen bij de programma’s. Deze ruimte wordt gedurende de komende jaren ingenomen door de kapitaallasten vanuit de investeringen. Op langere termijn zullen de lasten op de programma’s toenemen, tot zelfs boven het huidige niveau. Dit omdat er rente lasten aan het programma worden toegerekend. Ons voorstel om het voordelig verschil in de komende jaren ten gunste van de saldireserve te brengen, is in deze Stadsbegroting verwerkt. Dit is terug te zien in de paragraaf Investeringen.

Toerekening rente
Wij betalen rente over de leningen die wij bij derden afsluiten. Deze leningen sluiten we vooral af om onze investeringen te kunnen betalen. We rekenen daarom de rente toe aan de gedane investeringen. Dit deden we met een vaste omslagrente van 4%.
Het toerekenen van de rente zorgt ervoor dat de rentelasten op programma’s terecht komen en zorgt voor een opbrengst bij het product “Financiering”. Deze opbrengst wordt afgezet tegen de werkelijke rentelasten.
De afgelopen jaren leverde dit een fors voordeel op: het financieringsresultaat.
Overigens wordt het omslagpercentage ook gebruikt voor de rente die we vergoeden op de reserves.

De commissie BBV heeft aangegeven dat de percentages die gebruikt worden voor de toerekening aan
investeringen en aan de eigen reserves gebaseerd moeten zijn op de gemiddelde rente die wij moeten betalen op onze leningen. De afwijking hierop mag maximaal 0,5% zijn. Op dit moment betalen we gemiddeld zo’n 2,2% op de externe financiering. Op basis hiervan stellen we voor om een rentepercentage van 2,5% te hanteren. In deze stadsbegroting hebben we rekening gehouden met dit percentage renteomslag voor de investeringen en de rentevergoeding op de reserves.

Indeling naar takenvelden
In het BBV is het begrip product als een verdere indeling van programma’s verdwenen. Daarvoor in de plaats is een uniforme en verplichte indeling van taakvelden gekomen. Voor de begroting 2017 is voorgeschreven om in de begroting een overzicht op te nemen naar taakvelden. In de jaren daarna moeten de taakvelden een plek krijgen in de sturing door de Raad en moet de administratie hierop ingericht zijn.
Voor wat betreft deze begroting hebben we het voorgeschreven inzicht naar taakveld hieronder opgenomen. We komen later terug op hoe we de taakvelden een plek kunnen geven in de sturing door de Raad.

Voorgeschreven beleidsindicatoren
Een belangrijk doel van de vernieuwing BBV is het vergroten van de vergelijkbaarheid tussen gemeenten.
Hiervoor heeft de commissie aangegeven gebruik te willen maken van kengetallen.
Voor de Stadsbegroting 2016 is al een aantal financiële kengetallen voorgeschreven. Vanaf de begroting 2017 zijn voor de taakvelden kengetallen en beleidsindicatoren benoemd. Ook deze zijn hierna opgenomen.

Kosten van overhead – paragraaf bedrijfsvoering
In het vernieuwde BBV wordt voorgeschreven de overhead op één taakveld te verantwoorden en te begroten
en niet meer te verdelen naar de andere taakvelden. Het verplichte overzicht van de totale overhead wordt hierna weergegeven.
Door het centraal begroten van de overhead is het niet meer mogelijk om vanuit de taakvelden de tarieven te bepalen. Daarom is in het wijzigingsbesluit van het BBV bepaald dat in de paragraaf Lokale heffingen een berekening moet worden opgenomen en een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Dit komt terug onder de paragraaf Lokale heffingen.

Veranderingen voor GREX-en
Het vernieuwde BBV heeft ook consequenties voor de manier waarop we omgaan met GREX-en. In het VGP van januari jl. is hierop al een voorschot genomen. In de paragraaf Grondbeleid is weergegeven welke veranderingen wij hebben moeten doorvoeren.

Geprognosticeerde balans
Tenslotte vindt u onder Vernieuwing BBV nog de geprognosticeerde meerjaren balans.