Begroting 2017 - 2020
PCPortal

De ontwikkeling van de kapitaallasten is hieronder in tabelvorm weergeven. We gaan uit van de primitieve begroting en nemen technische aanpassingen mee die leiden tot de toegestane kapitaallasten in de Stadsbegroting. Daaronder geven we de verwachte kapitaallasten weer op basis van doorrekening van lopende en nieuwe investeringen. De laatste regel is het verschil tussen begroting en verwachting. De jaren 2017 t/m 2020 laten een negatief beeld zien. Ervaring leert dat de doorlooptijd van de realisatie van investeringen afwijkt van de oorspronkelijke planning en dat daarmee de kapitaallasten ook pas later ten laste van de begroting komen.

Kapitaallasten (bedragen * € 1 miljoen)

2017

2018

2019

2020

Stand primitieve begroting

41,0

41,1

41,2

41,2

Effecten vanuit

Woningen (1)

0,01

0,0

0,0

0,1

Niet-woningen

0,4

Uitbreiding investeringsruimte

0,8

Effecten vanuit BBV wijzigingen (2)

Verlaging omslagrente

-6,0

-6,2

-6,4

-6,2

Investeringen in de Openbare Ruimte

0,5

0,9

1,3

Totale ruimte in Stadsbegroting

35,0

35,4

35,8

37,6

Verwachte kapitaallasten

35,3

36,6

38,2

38,1

Verschil (negatief bedrag = tekort)

-0,3

-1,2

-2,4

-0,5

Ad (1):de effecten vanuit de Areaaluitbreiding Woningen bedragen per jaar minder dan € 0,1 mln. en worden daarom in deze tabel niet zichtbaar.

Ad (2): de effecten vanuit BBV wijzigingen hebben we toegelicht in de Zomernota 2016 (zie hoofdstuk ‘Financieel’, onderdeel ‘Vernieuwing BBV en Stadsbegroting’) en vatten we als volgt samen:

  • de lagere omslagrente leidt tot een verlaging van de beschikbare ruimte voor kapitaallasten in de Stadsbegroting. Dit heeft geen budgettair effect;
  • vanaf 2017 moeten onderhoudsbudgetten voor de Openbare Ruimte die een investeringskarakter hebben, worden geactiveerd. Het jaarlijkse onderhoudsbudget van € 5 mln. zetten we om in een investeringsbudget waarover we rente en afschrijving (kapitaallasten) berekenen. Het financiële voordeel dat we de eerste jaren hebben (verschil tussen jaarlijks onderhoudsbudget en jaarlijkse kapitaallasten) komt in de saldireserve.

In onderstaande tabel geven we een verdere doorkijk, waaruit blijkt dat structureel de ruimte beschikbaar is om de kapitaallasten op te vangen.

Bedragen * € 1 miljoen

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Kapitaallasten in de begroting

35,0

35,4

35,8

37,6

38,5

39,6

40,6

41,6

Verwachte kapitaallasten

35,3

36,6

38,2

38,1

38,2

38,2

38,1

36,7

Vrijvallende kapitaallasten
(negatief bedrag = tekort)

-0,3

-1,2

-2,4

-0,5

0,3

1,4

2,6

5,0