Begroting 2017 - 2020
PCPortal

Risico's

Bij risico's maken we onderscheid in planexploitatierisico's en programmarisico's. Vanaf de Stadsrekening 2015 worden de risico's Zorg en Welzijn apart bezien en wordt de reserve WMO-Jeugd gebruikt ter dekking van deze risico's. In deze paragraaf wordt afzonderlijk aandacht besteed aan deze drie categorieën risico's.

Planexploitatierisico's

Onderstaand zijn de planexploitatierisico's weergegeven tegen netto contante waarde. Dat betekent dat alle risico’s, met de vastgestelde grondexploitaties als financiële basis, zijn bepaald naar de huidige (=medio 2016) inzichten. De omvang van het risico zoals hier gepresenteerd, is de uitkomst van de omvang van het risico gecombineerd met de verwachte kans/bandbreedte.
Deze totale risico-inventarisatie wordt hieronder samengevat nader toegelicht, in de (niet openbare) bijlage worden de risico’s uitgebreider beschouwd.
Na de risico-inventarisatie zijn de geïdentificeerde risico’s ook in de tijd uitgezet en in een tabel opgenomen. Volgens afspraken met uw Raad worden deze beide systemen naast elkaar gepresenteerd in deze stadsbegroting.

Project Risicoprofiel * € 1.000

Stadsbegroting 2016-2019

VGP februari 2016

Stadsrekening 2015

Stadsbegroting 2017-2020

Waalsprong GEM

         46.400

         59.800

               45.200

Waalsprong gemeentelijk deel

            8.060

        10.270

               10.270

Waalsprong totaal

54.460

70.070

55.470

61.200

Dukenburg

               230

                          -  

                                -  

Knoop Winkelsteeg

                 71

                 58

                       58

Onderwijshuisvesting

            4.400

            2.466

                 2.466

3.320

Hezelpoort parkeergarage

            1.650

            1.822

                 1.822

1.639

Spoorzone

            1.500

Dennenstraat Talent Centraal

               567

               225

                    225

358

Don Jon

362*

Bastei

375*

Overige projecten

            5.083

            4.663

                 4.663

4.834

Waalfront

            9.800

            9.823

                 9.823

9.823

Bergerden

            4.000

            6.500

0

1.342

Bijsterhuizen

0

0

0

0

Subtotaal

         81.761

         95.627

               74.527

83.253

Dempingsfactor

10%

10%

10%

10%

Totaal

73.585

86.065

67.075

74.928

*Deze risico's waren voorheen opgenomen in de overige projecten.

Het programma grondbeleid bestaat uit een groot aantal projecten. De omvang van deze projecten varieert sterk. Er wordt gewerkt aan een breed scala aan projecten om de uitgangspunt van de grex te kunnen realiseren. Aan deze activiteiten zijn risico’s verbonden: de aannames uit de grondexploitatie versus de onzekerheden in de realisatie.
Hieronder worden de risico’s van de grootste projecten van het programma Grondbeleid beschreven. Hiermee is ruim 90% van financiële omvang van de risico’s gemoeid.

Het risicobeleid van gemeente Nijmegen bepaalt dat het totale risico, op basis van een betrouwbaarheidsinterval van 80%, financieel moet worden afgedekt. Dit is gebaseerd op de gedachte dat het nemen van risico’s bij het voeren van een grondexploitatie hoort en dat eventueel nog beheersmaatregelen kunnen worden getroffen.

Waalsprong

Op de grex Waalsprong is een Monte Carlo-analyse uitgevoerd. Het resultaat van de Monte Carlo-analyse geeft weer wat de mogelijke financiële resultaten zijn van de grondexploitatie, en geeft daarmee inzicht in het risicoprofiel van deze grex. Het risicobeleid van gemeente Nijmegen bepaalt dat het totale risico op basis van een betrouwbaarheidsinterval van 80% financieel moet worden afgedekt. Uit de risicoanalyse blijkt dat in 80% van de scenario’s het projectsaldo niet lager uitkomt dan € 99,7 miljoen negatief (netto contant). Het resultaat van de grex Waalsprong bedraagt € 38,5 negatief. Voor dit verlies is reeds een voorziening getroffen. Het af te dekken risicoprofiel bedraagt daarmee € 61,2 miljoen.

Hieronder worden de risico’s geclusterd in een aantal categorieën nader toegelicht. In de (niet openbare) bijlage wordt nog nader ingegaan op de verschillende risico’s.

Fasering

De planexploitaties zijn opgesteld met de uitgifteplanning als basis. Hierbij spelen conjuncturele aspecten een rol. Maar ook de aanbodzijde van de markt is een factor van belang. Voor de komende jaren staan er aanzienlijke aantallen grondgebonden woningen en appartementen geprogrammeerd. Daarnaast staat ook de verkoop van bedrijventerreinen en bestaand onroerend gepland. Er is nog een risico dat we de planning van deze opbrengsten niet gaan halen.
Beheersmaatregelen:

  • Concurrerende plannen, binnen of buiten de gemeentegrenzen, maken een zorgvuldige keuze en afweging ten aanzien van de woningbouwcategorieën en timing relevant. Daartoe gaan wij zo vroeg mogelijk afspraken maken met de marktpartijen en stemmen we prioritering van projecten binnen Nijmegen af.

Kosten

Aan de kostenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Wat betreft de kostenparameters is er onzekerheid over de kostenontwikkeling op langere termijn.
  • Wat betreft de renteparameters is er onzekerheid over de renteontwikkeling op langere termijn.
  • Extra kosten voor inrichting openbare ruimte a.g.v. een verhoging van het aantal sociale huurwoningen, omdat hierdoor het totaal aantal woningen waarschijnlijk meer wordt (o.a. meer parkeerplaatsen).

Daarnaast zijn er een aantal kleinere risico’s op het gebied van verwerving (grift Noord), archeologie, milieukosten (Vossenpels Zuid-Zuid), planschadeclaims en verkeer (ontsluiting Vossenpelsestraat).
Beheersmaatregelen:

  • Wat betreft de kosten- en renteparameters zijn we voor een belangrijk deel afhankelijk van de marktwerking. Beïnvloeding is beperkt.
  • Voor de extra kosten inrichting openbare ruimte zullen we, samen met marktpartijen, passende oplossingen moeten zoeken in de planuitwerking, zodat hier zo min mogelijk extra kosten zullen ontstaan.

Opbrengsten

Aan de opbrengstenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Wat betreft de opbrengstenparameters is er onzekerheid over de grondprijsontwikkeling op langere termijn.
  • De opgestelde stedenbouwkundige plannen zijn realiseerbaar, maar behoorlijk verdicht en met een hoog aandeel uitgeefbaar gebied. Het risico bestaat, dat het uit te geven gebied van de deelgebieden in de praktijk lager uitvalt dan in de grondexploitatie is opgenomen.
  • Onzekerheid over de hoeveel m2 winkels, voorzieningen en horeca in het hele plangebied (o.a. Hof van Holland, Groot Oosterhout en de Waaijer). De acquisitie moet voor een groot deel nog opgestart worden. Daarom is het nog onzeker wat de uiteindelijke omvang zal zijn.
  • Per saldo verwachten we gezien de nog lange looptijd van de grex een positief risico op alle nog te verwachten subsidies.
  • Er is nog onduidelijkheid over de definitieve bijdragen die wij verwachten te ontvangen (o.a. activering investeringen in waterhuishouding en riolering). Vooralsnog bestaat de kans dat deze per saldo wat hoger uit zullen vallen.
  • Er is nog onzekerheid over de realisatie van bedrijventerrein Ressen op korte termijn, zoals nu uitgangspunt is in de grondexploitatie VGP 2016. Gesprekken met provincie en regio hebben nog geen definitief beeld opgeleverd, waardoor een start op korte termijn risicovol is.
  • Onduidelijkheid over de gevolgen van de nieuwe richtlijnen van de provincie t.a.v. ontgrondingen.

Daarnaast zijn er nog kleinere risico’s o.a. op het gebied van archeologische belemmeringen (Zuiderveld), waterhuishouding Zuidrand en verkeer (Hof van Holland, Woenderskamp, Broodkorf).
Beheersmaatregelen:

  • Wat betreft de opbrengstenparameters zijn we voor een belangrijk deel afhankelijk van de markt(werking). Beïnvloeding is beperkt.
  • Bij de planuitwerking van de deelplannen met de marktpartijen zullen we begrote woningaantallen en de m² uitgeefbaar als uitgangspunt hanteren Indien dit niet mogelijk is zullen we samen met de marktpartijen op zoek gaan naar andere plannen met een vergelijkbaar netto (kosten-opbrengsten)-resultaat.
  • Om de kans op het realiseren van het programma voor winkels, voorzieningen en horeca te vergroten, gaan we de markt uitdagen middels interessante marktuitvragen waarin we o.a. een mix aanbieden van winkels en wonen.
  • We houden nauw contact met onze huidige en potentiële subsidieverleners en blijven naar kansen zoeken voor nieuwe subsidies.
  • Wat betreft de discussie over de richtlijnen t.a.v. ontgrondingen gaan we de juridische grondslag in beeld brengen, en laten dit toetsen. Op basis hiervan zullen we de strategie richting betrokken partijen bepalen.

Bedrijventerreinen:

Er is nog onduidelijkheid over de afzetmogelijkheden van grond voor bedrijventerreinen in de Waalsprong. Er is initiatief genomen voor een herijking van de regionale programmering (Regionale Programmering Werklocaties) die hierop van invloed kan zijn. In het VGP 2016 is niet meer uitgegaan van realisatie van De Grift op de korte termijn. Voor de afzet van Ressen is er een post opgenomen in het risicoprofiel. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar de vertrouwelijke bijlage.

Totaal risico Waalsprong                     € 61,2 miljoen
Waalfront

Het Waalfront is een majeure gebiedsontwikkeling in Nijmegen. In 2007 is de samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten tussen de gemeente Nijmegen en Rabo Vastgoed betreffende de ontwikkeling van het Waalfront. De redenen destijds om een samenwerkingsverband aan te gaan waren o.a. het gebruik maken van de marktkennis van private partijen en het verkleinen van financiële risico’s. De gemeente Nijmegen functioneert als aandeelhouder in het Ontwikkelingsbedrijf Waalfront (OBW). De vennootschap (OBW Beheer BV) is opgericht om als beherend vennoot deel te nemen in de commanditaire vennootschap Ontwikkelingsbedrijf Waalfront CV (OBW CV). De vennootschap neemt voor 2% deel in de CV. De overige deelnemers in de CV zijn Waalfront BV (100% eigendom Gemeente Nijmegen) en BPD, ieder voor 49%.

De GREX 2015 is een voortzetting van de uitgangspunten en aannames in de GREX 2014 en kent als eindresultaat een tekort van € 30 miljoen NCW per 1-7-2015, en een looptijd tot en met 2029. De GREX 2015 is voorlopig, omdat er nog overeenstemming moet worden bereikt over onderhandelingspunten tussen gemeente en BPD.

Hieronder worden de risico’s geclusterd in een aantal categorieën nader toegelicht. In de (niet openbare) bijlage wordt nog nader ingegaan op de verschillende risico’s.

Fasering

De planexploitaties zijn opgesteld met de uitgifteplanning als basis. Hierbij spelen conjuncturele aspecten een rol. Maar ook de aanbodzijde van de markt is een factor van belang. Door diverse redenen kan er vertraging optreden in de planning van de woningbouw. De markt kan een veroorzaker zijn maar ook het verloop van de onderhandelingen tussen beide aandeelhouders. Door vertraging in de planontwikkeling zal de planperiode meer jaren beslaan waardoor de plankosten in totaliteit hoger zullen zijn.
Beheersmaatregelen:

  • Concurrerende plannen, binnen of buiten de gemeentegrenzen, maken een zorgvuldige keuze en afweging ten aanzien van de woningbouwcatagorieën en timing relevant. Daartoe gaan wij zo vroeg mogelijk afspraken maken met de marktpartijen en afstemming over prioritering van projecten binnen Nijmegen. BPD en gemeente volgen de marktontwikkelingen op de voet en vertalen deze in het juiste aanbod op de het juiste moment en op de juiste plek.

Kosten

Door vertraging in planontwikkeling zullen plankosten hoger worden.
Beheersmaatregelen:

  • Doorpakken in de onderhandelingen tussen beide aandeelhouders.

Opbrengsten

Aan de opbrengstenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Lagere subsidie Sleutelproject door niet voldoen aan uitgangspunten subsidie.Partijen hebben tot 31 december 2016 de tijd om een vastgestelde grondexploitatie te presenteren aan de provincie met daarin opgenomen de nodige subsidiabele kosten.
  • Lagere bijdrage gemeente tgv 10% kleiner plangebied.De gemeentelijke bijdrage uit de Stadsbegroting is indertijd in de SOK gebaseerd op vierkante meters. Inmiddels is het plangebied verkleind en is het mogelijk dat deze bijdrage hierop naar rato wordt aangepast.

Tegenover dit risico in de planexploitatie staat de kans op een lagere bijdrage uit de gemeentelijke begroting.

  • De geraamde grondwaarde wordt niet gehaald.In de exploitatie is een nog te realiseren grondwaarde opgenomen. Al enkele jaren is de te realiseren grondwaarde naar beneden bijgesteld. Omdat de markt in beweging is, maar het jaar 2015 een positief beeld laat zien, lijkt met deze gedane afwaardering van de grondwaarden de bodem bereikt.
  • Opbrengststijging.Indien het gehanteerde percentage voor opbrengststijging naar beneden wijzigt zal het tekort toenemen. In de planexploitatie wordt rekening gehouden met in totaal € 5 miljoen aan opbrengststijging. Deze stijging lijkt op dit moment verantwoord aangezien er al flink is afgewaardeerd en de bodem van de prijsdaling lijkt te zijn bereikt.
  • OZB-bijdrage.De gemeentelijke bijdrage uit OZBis indertijd in de SOK vastgesteld op 15,76 miljoen euro maximaal. Daarbij werd uitgegaan van OZB opbrengsten van 2.600 nieuw te bouwen woningen. Bij het vaststellen van de GREX 2013 is de OZB bijdrage opnieuw bepaald op € 15,76 miljoen euro, ondanks de verlaging van het woningbouwprogramma van 2.600 woningen naar 2.060 woningen. Nu de GREX 2015 uitgaat van ca. 1.800 woningen, is de gemeente van mening dat de OZB-bijdrage naar rato naar beneden moet worden bijgesteld.
  • Subsidieverwachting.In de GREX 2015 is een taakstellend bedrag van 12,5 miljoen euro aan nog te ontvangen subsidieopbrengsten gehandhaafd. De nog te ontvangen subsidies worden als belangrijk risico aangemerkt in de risicoparagraaf. Het is immers niet zeker dat de gemeente in staat zal zijn om subsidies in deze grootteomvang te verwerven.

Beheersmaatregelen:

  • Wat betreft de opbrengstenparameters zijn we volledig afhankelijk van de marktwerking. Wanneer marktontwikkelingen daartoe aanleiding geven wordt de parameter opbrengststijging aangepast aan de omstandigheden.
  • Ten aanzien van de subsidies blijft overleg met de provincie over de toekenning van de subsidies, indieningstermijnen en inhoud in relatie tot de regeling noodzakelijk.
  • BPD en gemeente blijven blijvend in gesprek over de aanpassingen in OZB en bijdrage stadsbegroting teneinde hierover passende afspraken te maken.
  • Ten aanzien van de OZB is de gemeente als aandeelhouder in de GEM verantwoordelijk voor het voorzien van dekking bij een tekort in de planexploitatie. Wanneer er minder OZB wordt geïncasseerd a.g.v. een lager aantal gebouwde woningen, kan er ook minder bijdrage worden gestort. Gevolg is dat de gemeente uit eigen middelen het tekort moet aanvullen. De beheersmaatregelen zijn erop gericht om de exploitatie te optimaliseren door de kosten te verlagen en de opbrengsten te vergroten om daarmee het exploitatietekort en een eventueel benodigde extra bijdrage in het tekort zo klein mogelijk te houden.
  • Om mogelijke schommelingen op te vangen en niet voortdurend tot bijstelling te moeten komen is in de GREX een budget opgenomen van 5% gerelateerd aan de nu voorgestelde grondwaarde om indien nodig, af te kunnen wijken (naar beneden) wanneer dit vanwege de marktsituatie (schommeling of kwaliteitsdiscussie) van dat moment, noodzakelijk is.

Totaal risico Waalfront (50%)                     € 9,8 miljoen
Bergerden

De bestuurders van Nijmegen en Lingewaard wensen tot opheffing van de GR/OLB Bergerden te komen per 1 januari 2018 of zoveel eerder als mogelijk, of later als nodig mocht blijken. Er wordt nu gewerkt aan een liquidatieplan voor het opheffen van de GR/OLB Bergerden.
Bij de uitvoering van het liquidatieplan wordt gestreefd naar een zo spoedig mogelijke vereffening van het vermogen van het OLB. Bestuurders beogen het OLB niet langer voort te laten bestaan dan strikt noodzakelijk. Het voorgaande laat onverlet dat het OLB in beginsel lang genoeg in stand zal worden gehouden om rechten en plichten voortvloeiend uit bestaande overeenkomsten voor de rechtsopvolger, zijnde de gemeente Lingewaard, te borgen.

Voor het opheffen van de GR/OLB Bergerden is er door de gemeente Nijmegen reeds een voorziening getroffen van € 12,2 miljoen op contante Waarde per 1-1-2016. Dit was 50% (het aandeel van Nijmegen) van het nadelig saldo van de grondexploitatie Bergerden “afwaarderen zonder agrobusiness” op prijspeil 1-1-2015.

Inmiddels is deze grondexploitatie “afwaarderen zonder agrobusiness” geactualiseerd naar prijspeildatum 1-1-2016 en is er een risico-analyse uitgevoerd.

De onderhandelingen lopen nu waarbij het uitgangspunt is dat de gemeente Nijmegen in het kader van de vereffening aan de gemeente Lingewaard een bedrag betaald. In dit bedrag zijn alle historische en toekomstige baten en lasten van het OLB/GR verdisconteerd. Volgende begrotingen en jaarrekeningen van de OLB/GR kunnen dan niet leiden tot een herrekening van het bedrag respectievelijk een nadere verdeling van baten en lasten.
Op basis van de onderhandelingen wordt het volgende financieel resultaat van de liquidatie verwacht.

Liquidatie OLB/GR                        

Exploitatieresultaat “afwaarderen zonder agro” prijspeil 1-1-2016         € 25,9 miljoen
Risico-analyse bij bovenstaand exploitatieresultaat (90% risico’s afgedekt)      €   0,1 miljoen
Indexering exploitatieresultaat naar 1-1-2017               €   1,1 miljoen
Totaal                              € 27,1 miljoen

Nijmeegs aandeel (50%)                        € 13,5 miljoen

Reeds bestaande voorziening bij gemeente Nijmegen            €  12,2 miljoen

Totaal risico Bergerden                     € 1,3 miljoen
Bastei

De planexploitatie De Bastei (G210) betreft de realisatie van een nieuwe museale locatie aan de Lange Baan (Stratemakerstoren), waarin door meerdere organisaties op het gebied van natuur, milieu en cultuurhistorie het verhaal wordt verteld van de ontwikkeling van Nijmegen als stad aan de Waal en direct grenzend en verbindingen leggend aan één van mooiste natuurgebieden van Nederland, de Ooijpolder en omgeving. In het najaar van 2015 zijn er tijdens het bouwen archeologisch waardevolle vondsten gedaan (muurresten, torenresten e.d.). De vondsten zijn zo waardevol dat besloten is de bouwplannen aan te passen en te integreren in een nieuw ontwerp (besluit raad maart 2016).

Uitgangspunt is de gemeentelijke planexploitatie De Bastei (G210) herziening (VGP) januari 2016.
Inventarisatie en beoordeling belangrijkste risico's. Hieronder worden de risico’s geclusterd in een aantal categorieën nader toegelicht. In de (niet openbare) bijlage wordt nog nader ingegaan op de verschillende risico’s.

Fasering

De vertraging van het bouwproces trekt een wissel op de directe woonomgeving. Naast vergoedingen voor de overlast neemt de kans toe dat omwonenden zich gaan beroepen op planschade.
Beheersmaatregelen:

  • Er is al een vergoeding uitbetaald en de balkons zijn 1 keer schoongemaakt. Bovenal is het zaak om goed te blijven communiceren met omwonenden in goed overleg met de afdeling Juridisch Zaken.

Kosten

Aan de kostenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Hogere bouwkosten.
  • Hogere archeologische kosten.

Beheersmaatregelen:

  • monitoren taakstellend bouwbudget.
  • monitoring opdracht archeologie tijdens uitvoering.

Opbrengsten

Aan de opbrengstenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Lagere subsidie (bij eindverantwoording).

Beheersmaatregelen:

  • Goed contact met provincie, monitoring op planning en voorwaarden.

Totaal risico De Bastei   € 0,4 miljoen
Dennenstraat

De planexploitatie Dennenstraat (G755) omvat de herontwikkeling van Sportpark De Dennen in drie delen:

  • Het realiseren van nieuwbouw voor het PRO College.
  • De aanpassing en het opknappen van Sportpark de Dennen.
  • Het realiseren van Talent Centraal, de toekomstige huisvesting van Stichting Top Judo Nijmegen, Gymnastiek- en Turnvereniging De Hazenkamp.

Begin 2015 is het bestemmingsplan TCN – dat de bouw van de topsportaccommodatie Talent Centraal Nijmegen (TCN) mogelijk maakt – onherroepelijk geworden. Met Quick zijn afspraken gemaakt over beëindiging van het gebruik van de sportvelden aan de Dennenstraat en de desbetreffende grond is overgedragen aan de gemeente. Begin 2015 is de voorbereiding van het aanbestedingstraject voor de bouw van de sportaccommodatie gestart. Gekozen is voor een Design, Build en Maintaincontract (DBM). Begin 2017 wordt de aanbestedingsprocedure afgerond. Start bouw kan daarmee plaatsvinden in de 2e helft van 2017. Oplevering van de sportaccommodatie wordt verwacht in het voorjaar/zomer van 2018.

Uitgangspunt is de gemeentelijke planexploitatie Dennenstraat (G755) herziening (VGP) januari 2016. Hieronder worden de risico’s geclusterd in een aantal categorieën nader toegelicht. In de (niet openbare) bijlage wordt nog nader ingegaan op de verschillende risico’s.

Fasering

  • Door vertraging aanbestedingsproces moet projectperiode provincie subsidie worden verlengd. Geen verlenging leidt tot vervallen subsidie en stopzetten project.

Beheersmaatregelen:

  • Verzoek tot verlenging projectperiode is ingediend. Behandeling wordt gevolgd.

Kosten

Aan de kostenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • hogere bouwkosten (tijdens bouw).
  • hogere BTW kosten.
  • Mislukken aanbesteding.

Beheersmaatregelen:

  • Voortgang bouw monitoren/contractmanagement.
  • Wijzigingen BTW-wetgeving sport volgen.
  • Voorselectie/duidelijke eisen, minimum bouwprogramma.

Opbrengsten

Aan de opbrengstenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Lagere subsidie (bij eindverantwoording).

Beheersmaatregelen:

  • Dialoog met provincie.

Totaal risico Dennenstraat   € 0,4 miljoen
Donjon

Dit project omvat de gemeentelijke plankosten met betrekking tot de herbouw van de Donjon op het Valkhof en de kosten van de reconstructie van het Valkhofpark. De gemeente heeft het plangebied in eigendom en zal de bouwkavel in erfpacht aan de ontwikkelaar uit geven. Het Valkhofpark blijft in eigendom van de gemeente en wordt door de ontwikkelaar gerestaureerd en vervolgens opgeleverd aan de gemeente.
De gemeente levert haar bijdrage door te bevorderen dat met inachtneming van alle wettelijke procedures en zorgvuldigheid het nieuwe bestemmingsplan ten uitvoer wordt gebracht. Voorts zorgt de gemeente dat alle voor het project vereiste publiekrechtelijke besluiten worden genomen en dat – na toetsing – alle vergunningen van overheidswege verleend worden.
Het beeldkwaliteitsplan Valkhofpark-Donjon bevat richtlijnen ten aanzien van de verschijningsvorm van de Donjon, het herstel van het park en de stedenbouwkundige aantakking van het park op de rest van de stad met als doel de integrale kwaliteit van het Valkhof te behouden en te versterken.
Met deze richtlijnen wordt niet alleen de kwaliteit van Donjon en park afzonderlijk gewaarborgd, maar wordt vooral ook de integratie van beide elementen zeker gesteld en het park steviger verankerd in zijn omgeving. Het beeldkwaliteitsplan vormt zowel de leidraad voor de ontwikkelaars en ontwerpers van Donjon en park als het toetsingskader voor de Commissie Beeldkwaliteit.

Inventarisatie en beoordeling belangrijkste risico’s:
De risico’s van deze planexploitatie hangen samen met het gekozen uitbestedingsmodel waarin een marktpartij, de Stichting Donjon, de bouw en exploitatie van de Donjon zal realiseren alsmede het herstel van het park.

De planontwikkeling van de Donjon kent een lange geschiedenis van voorbereiding sinds de uitkomst van het referendum in 2006. In juli 2016 is het bestemmingsplan door de uitspraak van de Raad van State bekrachtigd en definitief geworden. Overeenkomstig de afspraken in de ontwikkel- en realisatieovereenkomst heeft de Stichting Donjon de verplichting om binnen 6 maanden – uiterlijk 1 januari 2017 – een goedgekeurde bouwaanvraag in te doen.
Op dit moment is het echter nog niet zeker of er een eindgebruiker van de Donjon kan worden gevonden.

Totaal risico Donjon en Valkhofpark   € 0,4 miljoen
Onderwijshuisvesting

De planexploitatie Onderwijshuisvesting (G760-780) bevat een 21-tal deelprojecten verdeeld over het grondgebied van Nijmegen. Het gaat om locaties waar nieuwe onderwijshuisvesting wordt gerealiseerd of waar (oude) onderwijshuisvesting wordt opgeheven waarna herontwikkeling kan plaatsvinden. Een en ander conform de afspraken doordecentralisatie onderwijshuisvesting.
Deze beoordeling van de risico's zal geschieden op het niveau van de totaalexploitatie, dus niet per deellocatie; in toelichtende zin zal - indien van toepassing - locatieduiding (deelgebied) plaatshebben.

Uitgangspunt is de gemeentelijke planexploitatie Onderwijshuisvesting G760-780 herziening (VGP) januari 2016. Hieronder worden de risico’s geclusterd in een aantal categorieën nader toegelicht. In de (niet openbare) bijlage wordt nog nader ingegaan op de verschillende risico’s.

Fasering

  • Door diverse factoren is er kans dat grondopbrengsten van de herontwikkelingslocaties later worden ontvangen.

Beheersmaatregelen:

  • heldere beleidsafspraken, marktontwikkelingen volgen, ander programma/herbestemmen als mogelijk en hergebruik/verhuur bestaand vastgoed.

Kosten

Aan de kostenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Asbest.
  • Nog niet voorzien aanbod scholen.
  • Overige (kleinere) risico’s.

Beheersmaatregelen:

  • tijdig asbestonderzoek.
  • meer inzicht in middellange termijn visie schoolbesturen.

Opbrengsten

Aan de opbrengstenkant zitten de belangrijkste financiële risico’s op de volgende punten:

  • Lagere grondopbrengsten resterende herontwikkelingslocaties.
  • Lagere subsidieinkomsten.

Beheersmaatregelen:

  • Lagere grondopbrengst resterende herontwikkellocaties: heldere beleidsafspraken, marktontwik-kelingen volgen, ander programma/herbestemmen als mogelijk en hergebruik/verhuur.
  • Lagere subsidieuitgaven: monitoren voorwaarden, afspraken subsidies en alternatieven.

Totaal risico Onderwijshuisvesting   € 3,3 miljoen
Hezelstraat

Dit project omvat de realisatie van ca. 100 woningen, 1.200m2 commerciële ruimte, circa 450 parkeerplaatsen, waarvan 150 ten behoeve van bezoekers Handelskade, reconstructie van het Havenplein en het auto-vrijmaken van het  Joris Ivensplein. Dit type binnenstedelijke ontwikkeling gaat vrijwel altijd gepaard met hoge verwervings- en milieukosten die door middel van subsidies en opbrengsten uit grondverkoop moeten worden goedgemaakt.

Inventarisatie en beoordeling belangrijkste risico’s

De planexploitatie bevat risico’s die samenhangen met nog te maken kosten en opbrengsten. De kosten betreffen de aanleg van de gebouwde parkeervoorziening en het ruimen van niet gesprongen explosieven. Aan de opbrengstenzijde van de planexploitatie is er risico op lagere grondopbrengsten a.g.v. een mogelijk goedkoper woningbouwprogramma. Daarnaast is er een risico op lagere subsidieopbrengsten als gevolg van planvertraging. Dit risico heeft zich inmiddels voorgedaan.
Bij het VGP 1-1-2016 werd uitgegaan van een berekend risico van € 1.822.000,-  (80% betrouwbaarheidsdrempel). De grootste impact werd daarbij voorzien in 2016 en 2020. Op dit moment, juni 2016, is nog niet gestart met de bouw van de extra parkeerplaatsen. Het risico op meerkosten is daarmee in financiële zin nog steeds aanwezig, zij het dat de impact niet meer in 2016, maar deels ook in 2017 wordt verwacht. De provinciale subsidie is nog niet afgerekend, maar na overleg met provincie en de accountant is duidelijk dat de korting op de subsidie niet zo groot uitvalt als eerder verwacht. Het totale risico is licht afgenomen vanwege toegenomen duidelijkheid over het verwachte verlies aan subsidie. De overige risico’s zijn in totaliteit licht toegenomen, waarbij vanwege de planvertraging de bouwkosten van de parkeervoorziening zijn verdeeld over 2016 en 2017. Het marktrisico behorend bij afzet van een goedkoper woningbouwprogramma is gehandhaafd in 2020.

Lagere/latere uitgifteopbrengst woningbouw         

In de planexploitatie wordt rekening gehouden met verkoop van grond t.b.v. 100 appartementen/woningen. Hierbij wordt gemikt op verkoop in het hogere woningmarktsegment. Het is momenteel nog niet duidelijk of de marktvraag hiervoor voldoende is. Bij het VGP 1-1-16 is  aangegeven dat er mogelijk een goedkoper programma zal worden gerealiseerd met navenant lagere grondopbrengsten.  
Beheersmaatregel(en):
(I).  Op het juiste moment inspelen op vraag naar duurdere woningen
(II). Onderhandelen met marktpartijen over een package deal waarin de woningbouw en de bouw van
       de parkeervoorziening aan elkaar worden gekoppeld.

Bouwkosten parkeervoorzieningen vallen hoger uit         

Het ontwerp en de aanbesteding van het tweede gedeelte van de gebouwde parkeervoorziening is nog niet gestart. De bouwkosten vallen mogelijk hoger uit vanwege een groter benodigd aantal parkeerplaatsen en/of de stedenbouwkundige inpassing.
Beheersmaatregel(en):
(I). Onderhandelen met marktpartijen over een package deal waarin de woningbouw en de bouw van
     de parkeervoorziening aan elkaar worden gekoppeld.

Provinciale subsidie wordt niet (volledig) toegekend         

De toegekende subsidie van de provincie Gelderland is momenteel nog niet afgerekend. In het VGP 1-1-2016 werd het risico op een lagere subsidievaststelling begroot op ca.  € 346.000. Inmiddels is de declaratie ingediend en wordt voor het rest-risico laag ingeschat.
Beheersmaatregel(en):
(I.) Onderhandelen met provincie Gelderland over compensatie van subsidiabele kosten (afgerond).

Niet gesprongen explosieven

In het gebied waarin woningen worden gerealiseerd bevinden zich mogelijk nog niet gesprongen explosieven.
Beheersmaatregel(en):
(I.) Zorgvuldig onderzoek vooraf, inzet van Rijkssubsidie bij ruiming.

Totaal risico Hezelpoort             -€ 1,6 miljoen

NEGATIEF EN POSITIEF SCENARIO
Negatief scenario

Zowel het CPB als de DNB wijzen in hun ramingen op grote neerwaartse onzekerheden. Zo vormen onzekerheden in het herstel van de wereldeconomie een neerwaarts risico voor de Nederlandse economie. De DNB verkent in een alternatief scenario de mogelijke gevolgen van een sterker dan voorziene groeivertraging in China, in combinatie met toenemende onzekerheid op internationale financiële markten. Ondanks dat slechts 1,5% van de Nederlandse uitvoer naar China gaat, zijn de negatieve effecten voor Nederland significant door besmetting via andere opkomende economieën, indirecte handelseffecten, financiële turbulentie en dalend economisch sentiment.

In het scenario daalt de Nederlands uitvoer door de lagere groei van de wereldhandel. De economisch groei valt hierdoor in 2016 0,7%-punt en in 2017 0,5%-punt lager uit dan in de raming, De werkloosheid loopt op en de lagere productiegroei en het tanende producentenvertrouwen zorgen bovendien voor fors lagere bedrijfsinvesteringen. Lagere huizenprijzen, lagere aandelenkoersen, afnemend consumentenvertrouwen en oplopende werkloosheid hebben een vertraagd drukkend effect op de particuliere consumptie. De afnemende vraag, lagere invoerprijzen en lagere olieprijs zorgen voor een dempende werking op de inflatie die in 2017 met 0,6 %-punt terugvalt tot 0,8%. De prijsindex bestaande koopwoningen neemt volgens DNB in 2016 met 0,2%-punt af en in 2017 met 0,8%-punt.

In het negatieve scenario voor het Ontwikkelingsbedrijf wordt aangenomen dat de prijsontwikkeling van woningen zowel in 2017 als in 2018 0,8%-punt lager is dan het basisscenario. Vervolgens gaat de prijsontwikkeling in twee stappen naar de langjarige opbrengstenontwikkeling van 2,0% volgens het basisscenario. Het verwachte herstel voor de bedrijfsruimtemarkt vindt in het negatieve scenario niet plaats door de lagere bedrijfsinvesteringen. De prijsontwikkeling van Bedrijfsruimte wordt gelijk getrokken met kantoren en winkelruimten.

Positief scenario

In het positieve scenario wordt de door DNB voorspelde woningprijsstijging in 2017 van 3,2% volledig ingerekend. Deze prijsstijging zwakt stapsgewijs af om in 2020 op een stabiele ontwikkeling van 2,0% te komen. De hogere huizenprijzen hebben een positief effect op consumptie, de bedrijfsinvesteringen en daarmee de gehele economie. De negatieve bijstelling van de parameters voor kantoren en winkelruimte in het basisscenario is hierdoor niet nodig. De opbrengsten voor bedrijfsruimte nemen ook in 2017 toe met 2,0% (in plaats van 1,5% in het basisscenario).

In onderstaande tabel zijn de effecten op Waalfront en Waalsprong in beeld gebracht*.

Resultaat planexploitatie
per 1-1-2016 (ncw)

Resultaat negatief scenario (ncw)
(incl renteeffect)

Resultaat positief scenario (ncw)
(incl renteeffect)

Waalfront

Totaal

 € -34.355.463 **

 € - 28.299.123

 € -26.217.406

aandeel GN 50%

 € -17.177.731

 €-14.149.562

 € -13.108.703

Waalsprong

€-38.502.458

€-46.265.955

€ -32.102.444

* Er heeft geen totale herziening van de planexploitaties plaatsgevonden, slechts de parameters zijn aangepast. Per 1-1-2016 is de rekenrente 4% t.o.v. 2,5% rekenrente toegepast in de scenario’s. In de Waalsprong wordt grotendeels gewerkt met projectfinanciering, op het ongefinancierde deel wordt de rekenrente toegepast. In het Waalfront is de geldende rekenrente toegepast. Dat betekent voor Waalfront, dat beide scenario’s (negatief en positie) niet te vergelijken zijn met het resultaat van de grex Waalfront per 1-1-2016, vanwege de toepassing van de nieuwe rekenrente in beide scenario's. Bij de actualisatie van deze grex zal de actuele rekenrente worden toegepast.
** Het resultaat per 1-1-2016 is gebaseerd op de grex per 1-7-2014 welke is opgenomen in het gemeentelijk rekenmodel .

Risico's in de tijd

Onderstaand zijn de risico's in de tijd uitgezet vermeld. Hierbij zijn de eerste jaren in jaarschijven weergegeven en na 2020 de risico's die tot en met 2033 lopen. Voor overige projecten is het laatste risicojaar 2022. Voor Waalsprong geldt als laatste jaar 2033 en voor Waalfront is het laatste risicobedrag in 2030 opgenomen. Bij deze risico's is de rentecomponent nog niet opgenomen. Hiermee is in het risicoprofiel in de grafiek in (sub)paragraaf weerstandsvermogen wel rekening gehouden.

Project

totaal risico

2016

2017

2018

2019

2020

latere jaren

Waalsprong

61.200

6.784

13.465

4.561

5.003

4.396

26.989

Waalfront

9.823

1.022

873

1.460

934

718

4.816

Bergerden

1.342

0

1.342

0

0

0

0

De Bastei

375

250

125

0

0

0

0

Dennenstraat

358

91

213

54

0

0

0

Donjon

363

330

33

0

0

0

0

Hezelpoort

1.639

540

1

1

11

1.081

5

Onderwijs

3.320

422

772

1.340

601

184

1

Overige projecten

4.834

677

508

254

169

85

3.141

Totaal

83.253

10.117

17.332

7.670

6.465

4.202

34.953

Programmarisico's

De risico inventarisatie in ons risicomanagementsysteem hebben we geactualiseerd. Deze inventarisatie heeft 65 geïdentificeerde risico's opgeleverd die voldoen aan de afgesproken criteria:

  • risico’s met grote financiële gevolgen,
  • waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente nog niet instaat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen om de kans of het gevolg van het risico terug te dringen.

Risico’s die al zijn afgedekt door maatregelen laten we buiten beschouwing. Hierbij beschouwen we de bestemmingsreserves Zorg en Welzijn als maatregel ter dekking van risico's ter zake en nemen deze risico's dan ook niet mee. Het deel van financiële risico’s dat is afgedekt door verzekeringen laten we eveneens buiten beschouwing.

Hieronder geven we de top‐10 met de belangrijkste risico’s. In de eerste kolom geven we een korte omschrijving van het risico. Daarnaast geven we het maximale bedrag dat het risico als nadeel in de begroting tot gevolg kan hebben.
Onder ‘kans’ schatten we hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De cijfers in deze twee kolommen kunnen niet zomaar vermenigvuldigd worden. Op basis van de geschatte kans en van het maximale bedrag voert Naris een statistische analyse uit, waarmee wij kunnen beoordelen of ons weerstandsvermogen toereikend is om met een redelijke zekerheid deze risico’s op te kunnen vangen.
Als een risico zich daadwerkelijk voordoet, dan zullen we eerst de directe effecten in de lopende begroting proberen op te vangen, alvorens een beroep te doen op de Saldireserve. Is er sprake van structurele effecten, dan zullen we in de volgende zomernota beleidsmaatregelen voor de nieuwe begrotingsperiode moeten voorstellen, om deze effecten op te vangen.

Risico’s gemeentelijke activiteiten exclusief Ontwikkelingsbedrijf en exclusief beschermd wonen, Jeugd en WMO

maximaal
gevolg
* € 1 miljoen

kans
%

aandeel in risico-profiel

Onze uitgaven voor bijstandsuitkeringen (Uitkeringen op basis van Participatie wet, voormalige WWB) kunnen hoger of lager liggen dan de Rijksuitkering, als gevolg van: 1) veranderingen in het verdeelmodel/wijzigingen in financieringssystematiek, 2) onze gemiddelde prijs per uitkering, 3) ons aantal uitkeringen. De financieringssystematiek is per 2015 gewijzigd en valt voor Nijmegen ongunstig uit. Vanwege een geleidelijke invoering van deze nieuwe verdeelsystematiek (in 2016 50%, in 2017 75%) wordt dit nadelige effect in de eerste jaren gedempt. Jaarlijks worden nog "verbeteringen" doorgevoerd in het model. In 2017 gaat het model over op ‘integrale data’ (feitelijke data in plaats van schattingen). Dit kan de resultaten van de verdeling weer behoorlijk beïnvloeden. Vooralsnog is het lastig te zeggen hoe de verschillende wijzigingen voor Nijmegen zullen uitwerken. Ook geldt vanaf 2017 een nieuwe vangnetregeling, die momenteel nog niet definitief is. In 2015 en 2016 was het maximale eigen risico op basis van de geldende vangnetregeling 7,5% van het budget; de nieuwe vangnetregeling in 2017 wordt dit hoogstwaarschijnlijk verhoogd naar 10%. In de begroting hebben we rekening gehouden met een verwacht verlies. We nemen in deze melding het maximaal extra te dragen verlies op als risico.

5,2

70%

34,7%

Exploitatietekort bij de module SW van de Verbonden Partij MGR Rijk van Nijmegen / Werkbedrijf.

1,6

70%

10,6%

Vanaf 2018 loopt zowel de rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) als de aanvulling hierop vanuit de in het bestuursakkoord G33 vastgelegde afspraken voor de voor- en vroegschool (VVE). Het streven van de staatssecretaris van OCW is om vanaf 2018 de middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid te verdelen op basis van de nieuwe bekostigingssystematiek. De financiële effecten hiervan zijn nog niet bekend; in het najaar van 2016 wordt de Kamer geïnformeerd.

2,5

30%

7,0%

Huisvesting niet-doorgedecentraliseerd onderwijs blijft verantwoordelijkheid gemeente. De Verordening bij deze scholen is nog actief.

2,0

30%

5,7%

Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat. Deze prognose is moeilijk 100% op realiteitswaarde in te schatten.

1,0

70%

3,3%

ARN heeft onvoldoende aanvoer van afval, waardoor te lage omzet wordt gerealiseerd en verlies wordt geleden. Indien de door MARN aan ARN afgegeven garanties moeten worden aangesproken.

0,5

50%

2,4%

De afgifte van bouwvergunningen, of de hoogte van de bouwsommen, loopt terug door veranderende wetgeving (bijv. meer vergunningvrij) en daarnaast neemt de kans op bezwaar- en beroepschriften toe.

0,5

50%

2,4%

Er treedt een natuurramp op wat leidt tot blokkades van wegen, overlast voor burgers, materiële schade voor de gemeente.

0,5

50%

2,4%

Door gewijzigde richtlijnen stijgt het aantal verplichte overdrachten van objecten vanuit het ontwikkelbedrijf (geen ontwikkel- plannen meer of ontwikkeling afgerond en pand gaat in exploitatie) of vanuit Onderwijs (object heeft geen onderwijsfunctie meer) naar VSA. De vereiste middelen zijn niet altijd beschikbaar hetgeen leidt tot een tekort.

0,25

90%

2,1%

Er kan bij archeologisch onderzoek een majeure vondst gedaan worden, die vraagt om permanente tentoonstelling aan het publiek. Hiervoor is geen dekking in de stadsbegroting

0,4

50%

1,9%

Overige 55 risico’s

21,4

27,5%

Bij een zekerheidspercentage van 80% komt uit de Monte-carlo simulaties 7,6 miljoen. Dat is lager dan in de stadsrekening toen we op een bedrag van € 8,8 miljoen uitkwamen. er zijn een aantal risico's vervallen, waartegenover ook een aantal nieuwe risico's opgenomen. Ook is de inschatting van het risico, zowel qua bedrag als kans van optreden in sommige gevallen gewijzigd. Kijkend naar de top 10 zorgt een verlaging van zowel risicobedrag als kans van optreden bij een verwacht tekort SW module voor een verlaging van het risicoprofiel. Bij de stadsrekening 2016 voeren we weer een actualisatie uit van alle risico's.

Risico's Zorg en Welzijn

Binnen Zorg en Welzijn richten we ons op het versterken van eigen kracht en samenredzaamheid, meer preventieve en lichte ondersteuning in plaats van direct te kiezen voor zware en dure zorg. Met deze vernieuwing en door een slimme inzet van middelen streven we ernaar de nieuwe taken uit te voeren met de middelen die we ervoor krijgen. En andersom, willen we de middelen die voor zorg en ondersteuning bedoeld zijn, ook voor dit doel en voor deze doelgroepen inzetten.
Na het eerste jaar uitvoering, constateren we, gezien de omvang van de taken, de rijkskortingen die hierop toegepast zijn, de veranderingen die we doorvoeren en de nog korte ervaring die we hiermee opgedaan hebben, dat er nog de nodige onzekerheden en risico´s aanwezig zijn. We hebben meer tijd nodig om de sturing op de gewenste maatschappelijk effecten op efficiënte wijze goed in te regelen; maar ook om te blijven doorontwikkelen in de afschaling van zorg en ondersteuning, samen met regiogemeenten, cliëntorganisaties, zorgaanbieders en andere partners.
De reserves Wmo/Jeugd en Beschermd Wonen zijn belangrijke instrumenten om dit mogelijk te maken. Knelpunten, risico’s, incidentele meevallers en voorinvesteringen om innovatie/transformatie mogelijk te maken, kunnen we door middel van deze reserves over een langere periode opvangen. We blijven daarbij het uitgangspunt hanteren dat we zorgmiddelen inzetten voor zorg en ondersteuning. Bovendien kunnen we op deze wijze dit ook transparant maken naar de gemeenteraad. Besluitvorming waarbij middelen uit deze reserves worden ingezet, vindt immers plaats door de gemeenteraad.
Ten aanzien van de risico's hebben wij een inventarisatie gemaakt, waarbij opgemerkt wordt dat deze inventarisatie zich met name richt op de risico's die we enigszins kunnen overzien. Maar zoals hiervoor al aangegeven is de ervaringsperiode na invoering van alle extra taken voor de gemeente te kort om een totaal inzicht te hebben en is ook de regelgeving nog niet uitgekristalliseerd.
Wij hebben voor een bedrag van € 2,6 miljoen aan risico's, na toepassing van beheersmaatregelen, geïdentificeerd. Daarnaast zijn er nog een fors aantal risico's benoemd, waarbij het bedrag op PM is gezet omdat een reële inschatting nog niet mogelijk is. De beschikbare reserves van € 9,26 miljoen zijn ruim voldoende om de geïdentificeerde risico's af te dekken.

Risicoprofiel: benodigde weerstandscapaciteit

In Nijmegen kiezen we ervoor om de benodigde weerstandscapaciteit gelijk te laten zijn aan het risicoprofiel.
Het risicoprofiel bestaat uit de

  • Programmarisico’s: risicoprofiel op basis van Monte-Carlosimulatie over alle programmarisico’s
  • Grondexploitaties: op basis Monte-Carlosimulatie of eventueel andere geaccepteerde methode zoals een risico-matrix per GREX; de methode is afhankelijk van het karakter en complexiteit van de planexploitatie.

Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met 80% zekerheid. Dit is een keuze die de gemeente in de kadernota heeft gemaakt.

Toepassing van de "oude" systematiek zou betekenen dat we nu een weerstandscapaciteit nodig hebben van € 74,9 miljoen voor de grondexploitatierisico's en € 7,6 miljoen voor de programmarisico's, in totaal € 82,5 miljoen.

In de nieuwe systematiek worden de risico's in de tijd uitgezet. Voor de programmarisico's heeft dit nauwelijks consequenties omdat deze risico's als a-structureel worden beschouwd en dus eenmalig meegenomen worden. Zijn deze risico's structureel dan zal een oplossing gezocht moeten worden voor dekking van deze risico's. Wel kan het voorkomen dat een risico zich niet in 2017 voor kan doen, maar pas in een later jaar. Aangezien het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen gering is, is bij de programmarisico's gerekend met een gelijkblijvend risiconiveau vanaf 2017.
Voor planexploitatierisico's is gerekend met het tijdstip dat risico's zich voor kunnen doen en hierbij is gebruik gemaakt van de spelregels die in een afzonderlijke notitie aan uw raad zijn voorgelegd.
Dit geeft het volgende risicobeeld:

risico's x € 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2033

Planexploitatierisico's (excl rente)

10.117

17.332

7.670

6.717

6.465

4.202

6.736

3.443

3.905

planexploitatierisico's cumulatief (incl. rente)

10.117

28.135

36.896

45.052

53.314

59.401

68.698

74.509

81.129

126.679

programmarisico's

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

7.600

Totaal risicoprofiel per jaar

17.716

35.735

44.496

52.652

60.914

67.001

76.298

82.109

88.729

134.280

oude situatie

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

82.528

Bij de doorkijk weerstandsvermogen wordt het risicoprofiel afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. In het volgende deel gaan we in op de beschikbare weerstandscapaciteit: de saldireserve.