Begroting 2017 - 2020
PCPortal

Renteontwikkeling
De rente is historisch laag en is zelfs licht gedaald ten opzichte van voorgaand jaar. Als gemeente betalen we door onze kredietwaardigheid ongeveer dezelfde rente als de Nederlandse Staat. Voor een lening van 10 jaar ([1]) betalen we nu 0,65% (aug ’16). In het voorjaar van 2016 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) aangekondigd het opkoopprogramma van obligaties uit te breiden (omvang omhoog en verbreding naar bedrijfsobligaties), lenen bij de ECB gratis te maken voor banken en de depositorente bij de ECB verder te verlagen naar 0,4%. Voor ons betekent dit dat we bij onze kasgeldleningen, met een looptijd van enkele weken, er geld op toe krijgen. De lange rente is ook gevoelig voor de economische en politieke situatie. Wij verwachten dat de Brexit ertoe leidt dat de rente onder druk blijft en niet snel zal stijgen.

Rente-uitgangspunten
De commissie BBV heeft eind maart 2016 de notitie 'rente' gepubliceerd. In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van rentelasten en rentebaten en de toerekening van rente.
De commissie BBV heeft in de notitie aangegeven dat de toerekening van rente aan eigen vermogen en het doorberekenen van rente aan investeringen gebaseerd moet zijn op het rentepercentage van de lang- en kortlopende leningen. Het rentepercentage dat gebruikt wordt voor toerekening mag maximaal 0,5% hiervan afwijken.
Op dit moment betalen wij voor onze leningen gemiddeld tussen de 2 en 2,5%. Rekening houdend met een veiligheidsmarge en de toegestane afwijking stellen we voor de rekenrente te verlagen naar 2,5% (was 4%).

Onze renteaannames voor nieuwe leningen (lang en kort) hebben we verlaagd. Voor zowel lang als kort geld hanteren we een oplopende rentestaffel die het laatste begrotingsjaar eindigt op de rekenrente. De toenemende onzekerheid naarmate we verder in de toekomst kijken vertalen we in een hogere rente. Kort geld is daarbij altijd goedkoper. Bij onze rentevisie voor lang geld kijken we naar de rente die wordt gevraagd voor uitgestelde leningen. Dit zijn leningen die je nu kunt afsluiten maar pas later ingaan. Hierbij hanteren we een veiligheidsmarge mocht de rente op termijn sterk gaan stijgen.
Op grond hiervan komen wij tot de volgende rentepercentages:

2017

2018

2019

2020

Rekenrente:

- Inzet van reserves en voorzieningen

<- - - - - - - - - 2,5 % - - - - - - - - - >

- Doorberekening aan investeringen

<- - - - - - - - - 2,5 % - - - - - - - - - >

- Rekenrente voor planexploitaties

<- - - - - - - - - 2,5 % - - - - - - - - - >

Langlopende leningen

1,75%

2,0%

2,25%

2,5%

Kortlopende leningen

0,5%

1,0%

1,75%

2,5%

[1] Met aflossing aan het einde van de looptijd.